Een ogenblik geduld a.u.b., de pagina wordt geladen.

Van de Coach

Op deze pagina publiceren wij wisselende voorbeelden uit de praktijk van een loopbaancoach die met het CareerStyles rapport werkt. De voorbeelden zijn bedoeld om te laten zien hoe het CareerStyles rapport oplossingen kan bieden voor verschillende loopbaanvraagstukken.

Case 1: De ISTJ 

Caroline Weggeman (34) is medewerker bij een reclamebureau. Ze werkt in een hectische omgeving waar veel gebeurt. Zowel inhoudelijk als fysiek. Caroline kwam met de vraag wat voor soort werk ze zou moeten zoeken. Haar vraag was vooral ingegeven door de lange dagen die ze maakte en de frequente reizen die ze moest maken voor haar werk. Zijzelf en haar relatie leden daaronder. Dat wilde ze oplossen maar ze wist eigenlijk niet zo goed wat ze zou moeten doen.
Ik heb Caroline de CareerStyles test laten maken en daar kwam uit dat ze een ISTJ was. Ik vertelde haar dat ik, op basis van haar werk, niet verwacht had dat zij een ISTJ zou zijn.

Waarom? Omdat een ISTJ houdt van een zelf aanpakken en oplossen van problemen en niet zo sterk is het samen moeten werken met anderen. Telkens weer in een team moeten functioneren waarin zij afhankelijk is van de input en acties van anderen is voor een ISTJ moeilijk. Enerzijds omdat ze introvert (I) is, en anderzijds omdat ze Judging (J) is. De eerste heeft tot gevolg dat je liever in je eentje werkt, de ander dat je houdt van vaste structuren en werk waar routine in mag zitten. Beide aspecten kregen in de huidige baan van Caroline niet veel ruimte. Werktijden waren onvoorspelbaar, projecten vaak ongestructureerd van inhoud en er werd veel openheid en assertiviteit van haar verwacht. Gek genoeg kon ze dit in haar werk wel opbrengen, hetgeen waarschijnlijk te danken was aan de loyaliteit die vele ISTJ's hebben ten aanzien van hun werk of baas. Het gaf haar alleen geen echte voldoening. Haar Denken (T) was wel op zijn plek in de reclame, en, omdat ze met name in de uitvoering van de projectfase haar werk deed, was ook haar Sensing (S) kwaliteit op zijn plek.

Op basis van het rapport en de gesprekken die we gevoerd hebben, adviseerde ik Carolien om eens te kijken naar werkgebieden waar ze haar I en J kwaliteiten wat meer zou kunnen inzetten. Naar werk met wat meer routine en structuur en waar wat meer rekening zou worden gehouden met haar van nature wat nngetogen houding. Als ISTJ-er zou ze het goed doen in een wereld van taken die moeten worden gedaan om de organisatie draaiende te houden. Het feit dat Caroline energie kreeg van het in de gaten houden van processen, anderen te controleren op de kwaliteit van hun werk en of alles volgens de geldende standaarden gaat, was voor mij reden genoeg om samen met haar te kijken naar functies die daarop aansloten. Uiteindelijk kwamen we op het plan om, gebruik makende van haar organisatorisch talent, te kijken naar een baan bij een toezichthouder of groot financieel adviesbureau. Het is uiteindelijk het eerste geworden.

Case 2: De ENFJ 

Jeanette Stam (45) is fysiotherapeut en zelfstandig ondernemer. Ze worstelde met de vraag of ze nog wel verder wilde met fysiotherapie en, zo ja, of ze dat als ondernemer wilde doen of als partner in een maatschap of misschien zelfs als werknemer bij een zorginstelling. Jeannette zat al 17 jaar in het vak en liep tegen een aantal dingen op die haar minder gelukkig maakten. Ze voelde vaak dat ze er alleen voor stond en kreeg, zoals ze zelf zei, weinig terug van klanten. "Je hoort niet zoveel meer van ze als je klaar bent met de behandelingen. Niet zozeer dat het mijn vrienden moeten worden, maar er is weinig feedback." Ik vroeg haar wat ze daarmee bedoelde. "Eigenlijk bedoel ik dat ik merk dat ik behoefte heb om erkenning te krijgen voor wat ik doe en die krijg ik nauwelijks. Je wil betekenis hebben voor die mensen, maar als je dan vervolgens niet zoveel terug krijgt gaat voor mij een deel van de lol er wel vanaf." Jeanette kreeg naar haar mening onvoldoende emotionele voeding uit haar werk en was daar pas vrij laat achter gekomen omdat de voeding die ze wel kreeg verscholen lag in de verbinding die zij maakte met haar klanten. Haar wens om mensen te helpen en het feit dat ze dat ook daadwerkelijk deed hadden haar langere tijd genoeg voeding gegeven. Alleen was ze nu op een punt gekomen dat dat onvoldoende was. Ze wilde niet alleen de voldoening van het geven, maar ook iets terug ontvangen.

Ik liet Jeannette de CareerStyles test doen en daar kwam uit dat zij een ENFJ was. Ze was open, conceptueel, voelend en ze hield van een regelmatig en gestructureerd leven. De voedende aspecten (F) van Jeannette hadden haar een baan laten zoeken die het voor haar mogelijk maakte verbinding te maken met de mens. Om een stuk zorg te verlenen en mensen te helpen. Fysiotherapie sloot daar dus heel goed op aan. Ook haar E (openheid) sloot goed aan op haar huidige beroep. De N was neutraal, zo vertelde ik haar. Vaak zie ik meer S (actiegericht, praktisch, uitvoerend) in haar beroepsgroep, maar N komt ook wel voor en hoeft geen belemmering te zijn, mits je maar ruimte geeft en tijd besteedt aan nieuwe ontwikkelingen, concepten en zaken als business development. Jeanette gaf aan dat ze dat juist heel leuk vond. Nieuwe ontwikkelingen bijhouden en die vervolgens in haar praktijk opnemen. Of ze aanpassen aan voor haar relevante behandelingen en methoden. Dat was wel een gemis zei ze. "Ik heb er gewoon te weinig tijd voor. 90% van de tijd gaat op aan klanten en aan administratie."

De J in haar profiel (judging: gestructureerd leven, planmatig en sturend op zekerheden) kwam in haar werk duidelijk naar voren. Ze was heel zorgvuldig in wat ze deed, bleef goed op de hoogte van de inhoud en beheerde de agenda met gemak. Wat haar opbrak waren de afzeggingen, de onverwachte aanmeldingen en de administratieve zaken (telkens weer bijhouden van uitzonderingen, klanten die niet betaalden of te laat, het gevaar dat het financieel rommelig zou worden).

Al pratend kwamen we tot het inzicht dat ze het liefst zou willen samenwerken in een team waar ze niet verantwoordelijk zou hoeven zijn voor de administratie of voor de algemene leiding, maar zich toe kon leggen op de inhoud van haar werk. Ik gaf Jeannette daarop aan dat zij, in qua persoonlijkheidstype ook erg geschikt was voor een baan in het onderwijs of als trainer. Misschien zou ze een deel van haar tijd niet meer operationeel werk willen doen (d.w.z. met klanten werken) maar kon ze ook iets vinden waarbij ze kennis overdroeg en mensen kon inspireren in haar vak. Op die manier kreeg ze de voldoening van het zorgen voor klanten en kreeg ze uit een andere hoek (die van de docent) de erkenning voor haar kunde. Ook de N kwaliteit in haar zou meer ruimte krijgen in een omgeving waar kennisoverdracht en onderzoek de ruimte krijgen. In praktische zin betekende voorgaande dat Jeannette op zoek zou moeten naar een praktijk waar zij zich zou kunnen aansluiten bij collega's, en daarnaast ruimte zou moeten maken voor het geven van trainingen en het doen van onderzoek (in dezelfde praktijk of daarbuiten).

____________________

Case 3: De ENFP 

Henk van Dam is manager bij een groot internationaal opererend consultancy bureau. Toen hij voor het eerst binnenkwam zei hij mij dat hij de laatste tijd nogal worstelde met zijn plek in de organisatie en vooral met de manier waarop mensen met elkaar omgingen. Henk kreeg weliswaar voldoening uit de inhoud van zijn baan (complexe logistieke processen), maar kwam steeds vaker thuis met een onbestemd gevoel. Hij had onlangs nog promotie gemaakt, maar ook dat gegeven nam zijn onrust niet weg.
“Begrijp me niet verkeerd, ik vind het lekker om met veel dingen tegelijk bezig te zijn, moeilijke issues te tackelen en onder hoge druk en tot laat te werken als dat nodig is. Ook al doe ik die dingen niet op een gestructureerde manier, ik krijg de zaak wel op de rails en weet vaak sneller dan anderen een project met succes af te ronden. Er zit alleen een stemmeetje in mijn hoofd die zegt: ‘word je hier blij van?’
“Goeie vraag,” zei ik, “waar word je eigenlijk blij van?”
Henk dacht een tijdje na en kon eigenlijk niet zo goed antwoord geven. Hij begon over allerlei technisch inhoudelijke zaken te spreken die hem bezig hielden in zijn werk, maar het was duidelijk dat dit een uitvlucht was om maar niet naar de vraag: ‘waar word ik blij van’ te moeten gaan. Ik vroeg hem toen de context van zijn baan los te laten en na te gaan waar hij in brede zin blij van werd.
    “Van wielrennen,” zie hij meteen, “en van mijn vrijwilligerswerk bij een school bij mij in de buurt.”

Ik zag hoe de man veranderde terwijl hij vertelde over de mensen die hij hielp met bepaalde vaardigheden en hoe de groep, die hij onder zijn hoede had genomen op school, zich ontwikkelde en hoe geweldig hij dat vond. We bleven even stilstaan bij de dingen die hij had genoemd en kwamen erachter dat de dingen die echt wezenlijk waren voor Henk vooral lagen in het verbinding maken met andere mensen.
    “Eigenlijk heel simpel vergeleken met het werk wat ik doe,” zei hij.
    “En kun je dat gevoel ook krijgen op je werk?”, vroeg ik.
    “Soms,” wat het antwoord. “En dan zijn het met name klanten die dat doen. Collega’s zeggen ook wel een mooie dingen, maar dat zijn toch vooral complimenten op de inhoud, de oplossing en de gehaalde targets. Is natuurlijk ook moeilijk om het gevoel te laten spreken in een club als die van mij. Gevoel heb je niet zoveel aan.”
    “En hoe klinkt dat?”, vroeg ik.
    “Vervelend. Ik denk dat ik zou willen dat er wat meer wezenlijk contact is en niet alleen contact dat ontstaat doordat je je op dezelfde doelen richt, projecten wil afmaken en elkaar opfokt met je hoofd. Ik kan het wel, sterker nog, in het kan het heel goed, maar ik zie dat ik steeds vaker een rol aan het spelen ben op mijn werk. En het ergste is dat mijn collega’s en baas niet eens doorhebben dat ik een rol speel. Dan denk ik: ‘ben ik nou zo slim, of is iedereen een beetje de weg kwijt hier?’
    Op dat moment liet ik Henk zien hoe de verschillende kwaliteiten van een persoon met behulp van Myers Briggs persoonlijkheidstypen uit elkaar te rafelen zijn. Ik gaf aan dat hij naar mijn idee in een sterk rationele omgeving werkte waarin het volgen van een structuur of protocol erg belangrijk was. Ik vroeg hem de CareerStyles test te doen.

    De volgende keer dat we elkaar zagen liet ik Henk zien wat eruit was gekomen. Henk was een ENFP. Hij haalde energie uit zijn contact met anderen (E), was conceptueel sterk en kon goed overweg met abstracte processen (N), was bij uitstek een voeler (F) en had een ongestructureerde levensstijl (P). Met dit gegeven in de hand keken we vervolgens naar zijn huidige baan.
    “Veel T en veel J,” zei Henk, na mijn uitleg hoe de verschillende kwaliteiten in elkaar zaten. “Ik zit in een denkerswereld die vooraf vastgelegde regels en structuren waardeert.”
    “Ja, en jij wil juist verbinding maken met mensen op gevoelsniveau. En je bent ook nog eens iemand die niet zo goed tegen een omgeving kan met veel regels. Dan voel je je waarschijnlijk al snel benauwd worden. Klopt dat?”
    Henk zei dat het wel klopte. Hij kreeg bevestigd waarom hij zoveel plezier had in zijn vrijwilligerswerk en waarom hij zich soms rot voelde na een dag werken. In zijn huidige baan was er weinig ruimte voor het uitspreken van waardering op gevoelsmatig niveau. Er werd wel waardering uitgesproken, maar dat was een vrij rationele waardering, eentje die gebaseerd was op doelmatigheid en op inhoud. Niet op het diepere niveau waar Henk naar op zoek was.
    Na een tweetal gesprekken heb ik Henk geadviseerd om een andere baan te gaan zoeken. Eentje waarin hij nog steeds snel mocht denken en doen en waarin zijn behoefte aan complexiteit zou worden bevredigd (allemaal N zaken), maar die gekoppeld was aan een omgeving waarin mensen de tijd kregen en namen om een verbinding met elkaar aan te gaan. Waarin je dagelijks contact maakte met het gevoelsleven van andere mensen.
    Henk is, op basis van de uitlag en met behulp van een selectie aan functies en bedrijven aan de slag gegaan. Ik heb hem geadviseerd de tijd te nemen, gesprekken te voeren en vooral kritisch te blijven kijken of er een klik is tussen zijn behoefte aan verbinding en de cultuur van het bedrijf waar hij eventueel zijn nieuwe baan zou willen beginnen.